ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8126
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet als belanghebbende bij weigering AAW/WAO-uitkering werknemer
De werkgever heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) om een werknemer geen AAW/WAO-uitkering toe te kennen, omdat de werknemer minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht vanaf 15 april 1996. De werkgever stelde dat zij belanghebbende was omdat zij gedurende de vermeende arbeidsongeschiktheidsperiode het loon van de werknemer had doorbetaald.
De rechtbank overwoog dat het belang van de werkgever niet rechtstreeks bij het besluit betrokken was, maar slechts afgeleid uit de arbeidsrechtelijke relatie en de loondoorbetalingsverplichting. De werkgever was geen eigenrisicodragende werkgever en droeg niet direct de kosten van arbeidsongeschiktheid, waardoor zij geen rechtstreeks belang had bij het besluit.
De werknemer had geen bezwaar gemaakt tegen het besluit en was het eens met de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. Daarom werd het beroep van de werkgever gegrond verklaard door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Het besluit van 29 april 1999 werd vernietigd, en het Lisv werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De werkgever is niet als belanghebbende aangemerkt en haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.