ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8130
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C. Slothouber
- Rechtspraak.nl
Opleggen dwangsom wegens fictieve weigering nieuw besluit na onherroepelijke uitspraak
De rechtbank Utrecht behandelde op 8 augustus 2000 het verzoek en beroep van eiser tegen de fictieve weigering van het college van burgemeester en wethouders van Zeist om een nieuw besluit te nemen naar aanleiding van een onherroepelijke uitspraak van 6 april 2000. Verweerder had nagelaten binnen een redelijke termijn een nieuw besluit op bezwaar te nemen, ondanks dat eerdere besluiten reeds onherroepelijk waren vernietigd.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente Zeist onvoldoende voortvarendheid betrachtte en dat er gerede twijfel bestond over haar bereidheid en vermogen om rechterlijke uitspraken na te leven. Dit werd versterkt doordat verweerder uitging van andere feiten dan vastgesteld in de onherroepelijke uitspraak. Daarom werd het niet tijdig nemen van het besluit gelijkgesteld aan een besluit en vernietigd.
De rechtbank legde een dwangsom op conform artikel 8:72, zevende lid, Awb, en stelde een termijn van drie weken voor het nemen van het nieuwe besluit. Tevens werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden. Een voorlopige voorziening werd niet getroffen, omdat de hoofdzaak voldoende duidelijkheid bood over de te nemen stappen.
Uitkomst: De rechtbank legde een dwangsom op en beval de gemeente Zeist binnen drie weken een nieuw besluit te nemen conform de onherroepelijke uitspraak.