ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8299

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
14 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
022020-00
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 SvArt. 346 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek en schorsing zitting wegens onvoldoende informatie over verdachte

Op 14 november 2000 heeft de rechtbank Utrecht besloten het onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte te heropenen, omdat tijdens de beraadslaging bleek dat de rechtbank onvoldoende was ingelicht over de persoon van de verdachte. De rechtbank achtte het noodzakelijk om nader onderzoek te verrichten naar de geestvermogens van de verdachte.

De rechtbank overweegt om de verdachte ter observatie over te brengen naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht, conform artikel 317, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Voordat een definitieve beslissing wordt genomen, wordt het onderzoek hervat op 12 december 2000, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte worden gehoord.

Daarnaast wordt de door de rechter-commissaris benoemde deskundige, psychiater G.W.C. van den Berg, opgeroepen om zijn oordeel te geven over het voornemen van de rechtbank. De voorlopige hechtenis van de verdachte wordt gehandhaafd op de bestaande gronden. Verdere beslissingen worden aangehouden tot na de hervatting van het onderzoek.

Uitkomst: Onderzoek heropend en zitting geschorst tot 12 december 2000 met opdracht tot psychiatrisch onderzoek en handhaving voorlopige hechtenis.

Uitspraak

Parketnummer : 022020-00
Datum uitspraak : 14 november 2000
Tegenspraak Verkort vonnis
Raadsman: mr. E.H. Terheggen
V O N N I S
van de arrondissementsrechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafza-ken, in de zaak tegen:
[verdachte]
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzit-ting van
31 oktober 2000.
1. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier inge-voegd.
2. Overweging
Bij de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Met name acht de rechtbank zich onvoldoende ingelicht ten aanzien van de persoon van de verdachte. De rechtbank zal het onderzoek derhalve heropenen.
Gelet op het verhandelde ter terechtzitting d.d. 31 oktober 2000 neemt de rechtbank in overweging om overeenkomstig artikel 317, eerste lid van het Wetboek van Strafvorde-ring te bevelen dat verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Cen-trum te Utrecht, om aldaar een onderzoek naar de geestvermogens te ondergaan.
Alvorens daarover echter een definitieve beslissing te nemen, zal de rechtbank ingevolge artikel 346 juncto Pro 317, tweede lid, Wet-boek van Strafvordering, bepalen dat het onderzoek zal worden hervat ter terechtzitting van 12 december 2000 te 13.30 uur, op welke zitting de officier van justitie, de raadsman en de verdachte in de gelegenheid zullen worden gesteld om ter zake te worden gehoord. Tegen laatstgenoemde datum en laatstgenoemd tijdstip zal eveneens worden opgeroepen de in deze zaak door de rechter-commissaris benoemde deskundige, de heer G.W.C. van den Berg, psychiater, teneinde ter terechtzitting diens oordeel omtrent het voornemen van de rechtbank in te winnen.
3. Beslissing
De rechtbank beslist als volgt:
Heropent het onderzoek.
Schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 12 december 2000 te 13.30 uur, met aanzegging aan verdachte en de raads-man dan zonder nadere oproeping weer aanwezig te zijn.
Beveelt de oproeping van de getuige-deskundige de heer G-.W.C. van den Berg, psychia-ter, en de gemachtigde van de benadeelde partij tegen laatstgenoemde datum en laatstgenoemd tijdstip.
Handhaaft de voorlopige hechtenis op de bestaande gronden.
Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door:
mrs. H.W. Koksma, H.A. Gerritse en N.J. van Weelden-de Ruijter, bijgestaan door
R.H. Boekelman als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 november 2000.