ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8495
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ouders voor vernielingen woning door minderjarige kinderen
Op 14 juli 1996 en in de periode van 1 tot en met 2 augustus 1996 zijn vernielingen gepleegd aan een woning van Mitros te Utrecht, met als doel het onbewoonbaar maken van de woning.
De vernielingen betroffen onder meer het kapot maken van ruiten, sanitair, muren, plafonds, vloeren, het keukenblok, een trap en het dak. Betrokken waren meerdere minderjarige kinderen en volwassenen, die strafrechtelijk zijn veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke vernielingen.
Mitros vorderde schadevergoeding van de gedaagden, waarbij de rechtbank aansprakelijkheid toekende op basis van artikel 6:166 BW Pro in combinatie met artikel 6:169 BW Pro, waarbij groepsaansprakelijkheid en ouderlijke aansprakelijkheid werden toegepast. De rechtbank mat de buitengerechtelijke incassokosten en wees de vordering deels toe, met uitzondering van de advocaatkosten in de strafzaak wegens de leeftijd van de kinderen.
Een aantal gedaagden voerde verweer over eigen schuld van Mitros en het ontbreken van causaliteit, maar de rechtbank verwierp deze stellingen. De rechtbank stelde tevens een bewijslevering uit voor één gedaagde en veroordeelde de overige gedaagden hoofdelijk tot betaling van schade en kosten.
Het vonnis werd gewezen door mr. E.A. Messer en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagden hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding en kosten wegens vernielingen aan de woning.