ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8661
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verlening aanlegvergunning ontsluitingsweg agrarisch bedrijf
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Houten verleende aanlegvergunning voor een ontsluitingsweg van een agrarisch fruitbedrijf nabij hun woning. De vergunninghouder wilde een nieuwe ontsluitingsweg aan de achterzijde van zijn bedrijf realiseren, die langs de woning van verzoekers zou lopen, maar op grotere afstand dan de huidige ontsluiting.
Verweerder verleende de vergunning, stellende dat de weg niet in strijd was met het geldende bestemmingsplan en dat de aanhoudingsplicht volgens artikel 46 WRO Pro niet van toepassing was omdat het een vergunning op grond van een voorbereidingsbesluit betrof. Verzoekers voerden aan dat de milieuvergunning voor het bedrijf nog niet was verleend en dat de ontsluitingsweg onlosmakelijk verbonden was met die milieuvergunning, waardoor de aanlegvergunning niet verleend mocht worden. Ook stelden zij dat een alternatieve ontsluiting richting het Amsterdam-Rijnkanaal beter was en dat de verkeersveiligheid op de straat onvoldoende was onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat de aanlegvergunningstelsel in het geldende bestemmingsplan van toepassing was en dat de aanhoudingsplicht van artikel 46, tweede lid, WRO wel degelijk gold. Omdat geen verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten was verkregen, had verweerder de vergunning niet mogen verlenen. De vergunning werd daarom geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar van verzoekers. Tevens werden de proceskosten toegewezen aan verzoekers.
Uitkomst: De aanlegvergunning voor de ontsluitingsweg wordt geschorst wegens niet-naleving van de aanhoudingsplicht en ontbrekende verklaring van geen bezwaar.