ECLI:NL:RBUTR:2000:AB0568
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing meerjarige instellingssubsidie wegens onvoldoende financiële waarborgen
Verzoekster, een stichting die culturele diversiteit bevordert via literaire activiteiten, kreeg voor 1997-2000 subsidie, maar haar aanvraag voor 2001-2004 werd afgewezen vanwege een onvoldoende stabiele financiële basis. De afwijzing was gebaseerd op een negatief advies van de Raad voor Cultuur, die financiële problemen constateerde ondanks artistieke waardering.
Verzoekster stelde dat de Raad voor Cultuur niet bevoegd was om over financiële aspecten te adviseren en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar financiële situatie. Tevens werd aangevoerd dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en het rechtszekerheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in beginsel mag afgaan op het artistieke oordeel van de Raad, maar bij financiële aspecten een uitgebreider onderzoek had moeten verrichten. Het besluit was onvoldoende gemotiveerd en niet zorgvuldig voorbereid. Desondanks werd de voorlopige voorziening afgewezen, omdat verweerder binnen korte tijd een beslissing op bezwaar moest nemen en verzoekster voldoende tijd had om zich voor te bereiden op het einde van de subsidie.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het mogelijk herstel van gebreken in bezwaar.