ECLI:NL:RBUTR:2000:AB0661
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen parkeerverbod vrachtwagens binnen bebouwde kom gemeente Loenen
De verzoeker, een zelfstandige ondernemer zonder eigen bedrijfsterrein, maakte bezwaar tegen het besluit van 20 juni 2000 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loenen, dat alle wegen binnen de bebouwde kom aanmerkt als parkeerverbodzones voor voertuigen langer dan 6 meter. Verzoeker parkeerde zijn vrachtwagen langs de rondweg op een plek met minimale hinder voor omwonenden en stelde dat het verbod zijn bedrijfsbelangen onevenredig schaadt, mede omdat geen alternatieve parkeerplaatsen zijn aangewezen.
De rechtbank oordeelde dat het parkeerverbod was ingesteld naar aanleiding van klachten over geluidsoverlast door vrachtwagens. Echter, de rechtbank vond dat het toepassen van artikel 5.1.7, tweede lid, APV niet passend was omdat de klachten niet betrekking hadden op een tekort aan parkeerruimte. Bovendien werd vastgesteld dat er voldoende parkeerruimte beschikbaar is en dat verzoekers vrachtwagen geen overlast veroorzaakt.
De belangen van verzoeker werden als onevenredig geschaad beoordeeld, mede omdat verweerder geen alternatief bood. Daarom werd het besluit geschorst en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Het griffierecht werd terugbetaald en de gemeente Loenen werd aangewezen als de verantwoordelijke partij voor de kosten.
Uitkomst: Het parkeerverbodbesluit is geschorst vanwege onevenredige belangenafweging en gebrek aan alternatieve parkeerplaatsen.