ECLI:NL:RBUTR:2001:AA9454
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onredelijke definitieve schorsing van leerling wegens vermoedelijk jointgebruik
De ouders van een minderjarige leerling vorderden in kort geding dat de particuliere onderwijsinstelling Stebo hun zoon volledig zou toelaten tot het onderwijs en de opgelegde definitieve schorsing ongedaan zou maken. De leerling was betrapt in het gezelschap van medeleerlingen die een joint rookten, maar het was niet vastgesteld dat hij zelf daadwerkelijk onder invloed was of gerookt had.
Stebo beriep zich op haar strikte gedragsregels, opgenomen in de studieovereenkomst, die definitieve schorsing mogelijk maken bij overtreding van het verbod op gebruik van verdovende middelen. De school stelde dat de leerling als oudste en vermeende aanstichter een zwaardere sanctie verdiende dan de andere leerlingen, die slechts tijdelijk geschorst werden.
De rechtbank oordeelde dat Stebo onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feiten en dat niet was komen vast te staan dat de leerling de regels daadwerkelijk had overtreden. Bovendien was de opgelegde straf onevenredig zwaar in vergelijking met de sancties voor de andere leerlingen. De vordering van de ouders werd daarom toegewezen, waarbij Stebo werd bevolen de leerling binnen 24 uur weer volledig toe te laten tot het onderwijs en de schorsing ongedaan te maken.
De rechtbank benadrukte dat de uitspraak niet in de weg staat aan een passende sanctie die het belang van de leerling respecteert, mits deze proportioneel is. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank beval de school binnen 24 uur de leerling volledig toe te laten tot het onderwijs en de schorsing ongedaan te maken wegens onredelijkheid van de maatregel.