ECLI:NL:RBUTR:2001:AA9567
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging alimentatie na vijftien jaar huwelijk
De man verzocht de rechtbank om de alimentatieverplichting jegens zijn ex-echtgenote te beëindigen per 23 augustus 2000, na vijftien jaar alimentatiebetaling, op grond van de Wet Limitering Alimentatie. De vrouw verzette zich hiertegen en stelde dat beëindiging te ingrijpend zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw na de echtscheiding aanvankelijk een aanvullende bijstandsuitkering ontving en sinds 1995 een AOW-uitkering ontvangt. Daarnaast ontvangt zij een pensioenbijdrage van de man. Beëindiging van de alimentatie zou een netto inkomensdaling van ruim 25% betekenen, wat als ingrijpend werd beoordeeld.
Gezien de leeftijd, gezondheid en arbeidsmarktpositie van de vrouw achtte de rechtbank het onredelijk om haar het ontbreken van eigen inkomsten volledig toe te rekenen. De rechtbank besloot daarom de alimentatie gefaseerd af te bouwen over vier jaar, waarbij de man gedurende de eerste twee jaar ƒ 700 per maand en de daaropvolgende twee jaar ƒ 400 per maand zal betalen.
De rechtbank wees het verzoek tot onmiddellijke beëindiging af en bepaalde dat na afloop van de termijn van vier jaar geen verlenging van de alimentatie meer mogelijk is. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de alimentatie per direct wordt afgewezen en de alimentatie wordt gefaseerd afgebouwd over vier jaar.