ECLI:NL:RBUTR:2001:AB0830
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.C. van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling partneralimentatie na echtscheiding wegens ontbreken gewijzigde omstandigheden
Partijen zijn in 1981 gehuwd en gescheiden bij beschikking van 11 februari 1998. De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud door de man vanaf 1 januari 2000, stellende dat er gewijzigde omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen.
Zij stelde onder meer dat de oudste zoon bij de man verblijft, de man samenwoont met een nieuwe partner die in haar eigen levensonderhoud voorziet, het inkomen van de man aanzienlijk is en dat hij een bedrag uit de boedelscheiding heeft ontvangen. De man voerde verweer en stelde dat de vrouw voldoende eigen inkomen heeft, dat zijn inkomensdaling niet verwijtbaar is, en dat de omstandigheden geen aanleiding geven tot wijziging van alimentatie.
De rechtbank overwoog dat het belastbaar inkomen van de vrouw circa f 7.000 per jaar bedraagt en dat de overige omstandigheden, zoals het verblijf van de zoon bij de man, het samenwonen van de man met een nieuwe partner, het ontvangen bedrag uit de boedelscheiding en de vervallen hypotheeklasten, geen zodanige wijziging vormen die een bijdrage rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden sinds de beschikking van 11 februari 1998 niet zodanig zijn gewijzigd dat vaststelling van partneralimentatie gerechtvaardigd is en wees het verzoek van de vrouw af. Partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van partneralimentatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden.