ECLI:NL:RBUTR:2001:AB0831

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
7 februari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
119813 FA RK 00-4359
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.H.C. van Ginhoven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatiebedragen tussen ouders na beëindiging relatie

De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek van de moeder tot vaststelling van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen, waarbij zij maandelijkse bijdragen van 750 gulden en 500 gulden voorstelde. De vader verzette zich tegen deze bedragen en voerde aan dat deze de behoefte van de kinderen te boven gingen en zijn draagkracht overschreden.

De rechtbank onderzocht de financiële situatie van beide partijen. De moeder heeft een netto inkomen van 1.600 gulden per maand en woont met de kinderen in een huurwoning. De vader heeft een bruto jaarinkomen van 93.626 gulden en bezit twee woningen, waarvan één samen met zijn nieuwe partner. De rechtbank hield rekening met de fiscale aspecten, noodzakelijke bestaanskosten en de verhouding van de kostenverdeling tussen ouders (drie-vijfde voor de vader, twee-vijfde voor de moeder).

De rechtbank verwierp het verweer van de vader dat hypotheeklasten en ziektekostenpremies in mindering gebracht moesten worden op zijn draagkracht, omdat deze kosten respectievelijk vermogensopbouw betreffen en reeds in de bedrijfsresultaten zijn verwerkt. Tevens werd geoordeeld dat de partner van de vader, gezien haar inkomen, in staat is om de helft van de hypotheeklasten van hun gezamenlijke woning te dragen.

Op grond van deze overwegingen stelde de rechtbank de kinderalimentatie vast op 750 gulden per maand voor het oudste kind en 500 gulden per maand voor het jongste kind, ingaande 1 juli 2000. De bijdragen dienen bij vooruitbetaling te worden voldaan en zijn uitvoerbaar bij voorraad. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.

Uitkomst: De rechtbank stelde de kinderalimentatie vast op 750 gulden en 500 gulden per maand, ingaande 1 juli 2000.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Utrecht
BESCHIKKING
van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te Amersfoort,
procureur: mr. C.Theunissen,
- t e g e n -
[de man],
wonende te Amersfoort,
procureur: mr. A.F.van Dijck.
1. Verloop van de procedure
De vrouw heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend.
De man heeft ter griffie van deze rechtbank een verweerschrift ingediend.
Er zijn van de zijde van de man nader stukken ontvangen.
De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 8 januari 2001.
2. Vaststaande feiten
1. Partijen hebben een relatie gehad.
2. Uit hun relatie zijn geboren de minderjarigen:
[kind 1], op [...]1989 te Amersfoort, en
[kind 2], op [...]1992 te Amersfoort.
3. De voornoemde minderjarigen zijn door de man erkend.
3. Beoordeling van het verzochte
De vrouw heeft gevraagd de door de man te betalen bijdragen voor [kind 1] en [kind 2] vast te stellen op respectievelijk f 750,00 en f 500,00 per maand.
De man heeft zich daartegen verweerd. Aangevoerd is dat de door de vrouw verzochte bijdragen de behoefte van de kinderen te boven gaan en voorts dat de gevraagde bijdragen zijn draagkracht te boven gaan.
Ten aanzien van de (financiële) omstandigheden van partijen is het volgende gebleken:
ten aanzien van de vrouw
Zij heeft een inkomen als [...]van f 1.600,00 netto per maand, exclusief vakantietoeslag.
Zij woont samen met de minderjarige kinderen van partijen in een huurwoning. Haar huur bedraagt, na aftrek van huursubsidie, f 348,00 per maand.
Zij is verzekerd via een ziekenfonds. De minderjarige kinderen van partijen zijn met haar meeverzekerd.
ten aanzien van de man
Hij is eigenaar van twee [...]in Amersfoort. Zijn arbeidsinkomen bedraagt f 93.626,00 bruto per jaar. Hij heeft daarnaast rente-inkomsten ten bedrage van f 338,00 bruto per jaar.
Zijn arbeidskostenforfait bedraagt f 3.538,00 per jaar.
Zijn premie WAZ bedraagt f 4.631,00 per jaar.
Zijn belastingvrije som bedraagt f 8.950,00 per jaar.
Hij woont samen met een nieuwe partner die in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.
Hij heeft samen met zijn partner een woning gekocht. De hypotheekrente terzake bedraagt f 3.431,25 per maand. Het huurwaardeforfait bedraagt f 4.162,00 per jaar en de overige eigenaarslasten bedragen f 175,00 per maand.
Zijn partner heeft haar eigen huurwoning aangehouden. De huur terzake bedraagt f 1.000,00 per maand.
Hij betaalt maandelijks f 130,00 aan rente van schulden. Zijn rente-aftrek terzake bedraagt f 1.560,00 per jaar.
Hij is verzekerd tegen ziektekosten.
De rechtbank zal ten aanzien van de vaststelling van de behoefte aan de kinderbijdragen uitgaan van de navolgende verdeelsleutel: de man zal met drie-vijfde deel bijdragen en de vrouw zal met twee-vijfde deel bijdragen in de kosten van de kinderen.
De ten behoeve van de kinderen gevraagde bijdragen gaan hun behoefte naar het oordeel van de rechtbank niet te boven.
Bij het onderzoek naar de draagkracht van de man is de rechtbank uitgegaan van de hierboven opgesomde feiten en omstandigheden. Voorts wordt nog het volgende overwogen:
De rechtbank zal bij de beoordeling van de draagkracht van de man uitgaan van tariefgroep 2 en van de alleenstaande norm en voorts 60% van zijn draagkracht beschikbaar stellen voor alimentatie.
De man stelt dat de hypotheekrente ten bedrage van f 3.431,25 per maand met betrekking tot de woning die hij samen met zijn partner heeft gekocht geheel voor zijn rekening komt en dat zijn partner de huur van de door haar aangehouden gehuurde woning ten bedrage van f 1.000,00 per maand geheel voor haar rekening neemt.
De rechtbank is van oordeel dat de keuze van de man en zijn partner om de door de partner gehuurde woning aan te houden naast de woning die zij samen hebben gekocht, geen voorrang kan hebben op de wettelijke verplichting van de man om bij te dragen ten behoeve van zijn kinderen. De rechtbank acht de partner van de man, mede gelet op haar inkomen, in staat om de helft van de hypotheeklasten van de woning die zij samen in eigendom hebben voor haar rekening te nemen. De rechtbank zal derhalve aan de zijde van de man rekening houden met een bedrag van f 1.715,63 aan hypotheekrente per maand en met een rente-aftrek terzake van f 20.587,50 per jaar.
De rechtbank zal geen rekening houden met het door de man gestelde aflossingsdeel hypotheek ten bedrage van f 923,00 per maand. Zij is van oordeel dat deze post een vermogensvormend karakter heeft en derhalve geen voorrang kan hebben op de wettelijke verplichting van de man om bij te dragen ten behoeve van zijn kinderen.
De rechtbank zal geen rekening houden met de door de man gestelde premie ziektekosten ten bedrage van f 218,00 per maand en het eigen risico terzake ten bedrage van f 500,00 per jaar. Zij is van oordeel dat deze kosten reeds zijn verdisconteerd in de winst- en verliesrekening en derhalve ten laste van het bedrijf van de man worden gebracht.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de man, zijn noodzakelijke bestaanskosten en fiscale voordeel in aanmerking genomen, in staat moet worden geacht om maandelijks f 750,00 bij te dragen voor de minderjarige [kind 1] en om maandelijks f 500,00 bij te dragen voor de minderjarige [kind 2].
De rechtbank zal de bijdragen zoals verzocht laten ingaan per 1 juli 2000 nu daartegen geen verweer is gevoerd.
4. Beslissing
De man moet vanaf 1 juli 2000 voor de minderjarige [kind 1] per maand f 750,00 (zevenhonderdenvijftig gulden) betalen aan de vrouw.
De man moet vanaf 1 juli 2000 voor de minderjarige [kind 2] per maand f 500,00 (vijfhonderd gulden) betalen aan de vrouw.
Deze bijdragen dient de man vanaf heden bij vooruitbetaling te voldoen.
Deze beslissing is tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
De partijen moeten hun eigen proceskosten betalen.
Wanneer de man niet vrijwillig de vastgestelde bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen betaalt, moet hij de daarvoor te maken executiekosten betalen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H.C.van Ginhoven,
in tegenwoordigheid van M.E.van den Akker, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2001.