ECLI:NL:RBUTR:2001:AB1151
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.W. Koksma
- P. Bender
- A.H. Klip
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen drukken van grote hoeveelheid vals geld en deelname aan criminele organisatie
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het drukken van een uitermate grote hoeveelheid valse bankbiljetten met het oogmerk deze als echt uit te geven, en voor deelname aan een criminele organisatie. De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard.
Tijdens het onderzoek bleek dat een Belgische informant op Nederlands grondgebied zonder voorafgaande toestemming van Nederlandse autoriteiten handelde, wat een schending van de Nederlandse soevereiniteit opleverde. Daarnaast werden bijzondere opsporingsbevoegdheden uitgeoefend zonder voorafgaand bevel van de officier van justitie, wat vormverzuimen opleverde. Deze zijn echter niet ernstig genoeg bevonden om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren of tot bewijsuitsluiting te leiden.
De verdediging voerde uitlokking aan, maar de rechtbank verwierp dit verweer. Wel werd erkend dat het optreden van de informant invloed had op de omvang van het gedrukt vals geld, wat meeweegt bij de strafmaat.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de omvang van het valsgeld, het gestructureerde karakter van de organisatie en de mogelijke schade aan het vertrouwen in het geld en het betalingsverkeer. Verdachte had in het verleden met andere strafbare feiten te maken gehad, maar niet met soortgelijke feiten.
De opgelegde straf bedraagt 3 jaar en 4 maanden gevangenisstraf, verminderd met 6 maanden wegens de vormverzuimen. Daarnaast werden inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar en 4 maanden gevangenisstraf voor medeplegen drukken van vals geld en deelname aan criminele organisatie.