ECLI:NL:RBUTR:2001:AB1442
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Schorsing bouwvergunning wegens onvolledige welstandsadvies en onvoldoende ruimtelijke onderbouwing
Verzoekers, omwonenden van een perceel in de gemeente Veenendaal, maakten bezwaar tegen de bouwvergunning en vrijstelling verleend door het college van burgemeester en wethouders voor het oprichten van een woning die gedeeltelijk in strijd is met het bestemmingsplan. De kern van het geschil betrof de niet aangehouden minimale afstand van 2,5 meter tot de perceelsgrens en de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan.
De rechtbank overwoog dat artikel 19.1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) de mogelijkheid biedt om de ruimtelijke onderbouwing te beperken tot de relatie met het geldende bestemmingsplan. De geringe overschrijding van de bebouwingsmogelijkheden kon de rechterlijke toets doorstaan. Echter, de Provinciale Utrechtse Welstandscommissie (PUWC) had bij haar advisering uitgegaan van onvolledige gegevens, namelijk de niet bekende aanbouw met binnenzwembad bij de woning van verzoekers, waardoor de afstand tussen de woningen kleiner was dan aangenomen.
Gezien het ontbreken van een deugdelijke motivering en het feit dat de welstandscommissie niet over de juiste gegevens beschikte, werd het bestreden besluit geschorst. Tevens werden de proceskosten aan verzoekers toegewezen. De voorlopige voorziening geldt tot zes weken na verzending van de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot het verlenen van de bouwvergunning en vrijstelling wordt geschorst wegens onvolledig welstandsadvies en onvoldoende motivering.