ECLI:NL:RBUTR:2001:AB1638
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.H.P. de Roos
- C.J.H.G. Bronzwaer
- J.R. Krol
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijke schending geheim ex artikel 272 Sr
Op 15 mei 2001 heeft de rechtbank Utrecht uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens opzettelijke schending van een geheim zoals bedoeld in artikel 272 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De dagvaarding werd als geldig beoordeeld, ondanks een betoog van de raadsman over vaagheid en het door elkaar gebruiken van de begrippen vertrouwelijkheid en geheimhoudingsplicht.
De verdediging stelde ook dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vermeende ongelijke toegang tot het openbaar ministerie door de gemeente als aangever. De rechtbank verwierp dit verweer omdat dit niet in het recht is verankerd.
Hoewel verdachte tijdens de terechtzitting toegaf bewust vertrouwelijkheid te hebben doorbroken, oordeelde de rechtbank dat vertrouwelijkheid niet gelijkgesteld kan worden aan geheim en dat daardoor niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijke schending van een geheim ex artikel 272 Sr.