ECLI:NL:RBUTR:2001:AB1795
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J. Ebbens
- M.N. Noorman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing aanlegvergunning Gagelbos te Utrecht
De aanleg van het Gagelbos in Utrecht werd door de Landinrichtingscommissie vergund middels een aanlegvergunning en vrijstelling van het bestemmingsplan. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de aanleg het militair-historisch waardevolle vestinglandschap schaadt en dat onvoldoende zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het beroep werd ingesteld bij de rechtbank Utrecht.
De rechtbank oordeelde dat de anticipatieprocedure ex artikel 19 WRO Pro correct was toegepast, mede door de verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten. De belangenafweging door verweerder werd als redelijk beoordeeld, waarbij het recreatiebelang voor de stedelijke omgeving zwaarder woog dan de door eiseres aangevoerde bezwaren. De rechtbank nam mee dat het plan was aangepast om schootsvelden open te houden en rekening te houden met historische aspecten.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 27 maart 2001.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanlegvergunning voor het Gagelbos wordt bevestigd.