ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2103
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Vordering ouders tot toelating kind tot openbare basisschool afgewezen wegens onbevoegdheid en delegatie
De ouders van M., een kind met gedragsproblemen, vorderden in kort geding dat de BOPOM of de gemeente zouden zorgen voor toelating van M. tot een openbare basisschool in Maarssen en passende huiswerkbegeleiding.
M. was eerder van school verwijderd en de PCL had een advies gegeven tot plaatsing op een school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen, wat tot problemen leidde bij toelating tot reguliere scholen. De ouders hadden bezwaar en beroep ingesteld tegen het PCL-besluit, dat nog loopt.
De rechtbank oordeelde dat de BOPOM niet bevoegd is om in burgerlijk geding op te treden en verklaarde de vordering jegens haar niet-ontvankelijk. De gemeente had haar bevoegdheden gedelegeerd aan de BOPOM, waardoor zij zelf niet meer kon optreden. De vordering tegen de gemeente werd daarom afgewezen.
De rechtbank wees op mogelijkheden voor de ouders om via bestuursrechtelijke procedures bezwaar te maken tegen weigering tot toelating en benadrukte dat een nader onderzoek kan bijdragen aan passende begeleiding van M. De ouders werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering ouders jegens BOPOM niet-ontvankelijk verklaard en vordering tegen gemeente afgewezen wegens delegatie bevoegdheden.