ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2625
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsachterstand en hechtingsstoornis
De Stichting Jeugd en Gezin Overijssel verzocht op 8 juni 2001 om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in februari 1997. De minderjarige woont sinds juli 1998 in een pleeggezin. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, heeft geen stabiele opvoedingssituatie kunnen bieden en is sinds februari 2001 niet meer bereikbaar voor de gezinsvoogd. Het contact tussen moeder en kind dateert van anderhalf jaar geleden.
De minderjarige kampt met een forse ontwikkelingsachterstand en een reactieve hechtingsstoornis, vermoedelijk veroorzaakt door ernstige verwaarlozing in de eerste levensfase. Het gezinsleven met de pleegouders prevaleert boven dat met de moeder, aangezien een terugplaatsing ernstige gevolgen voor de ontwikkeling van het kind zou kunnen hebben.
De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling niet langer de meest geëigende maatregel is om de dreiging af te wenden, maar verlengt deze toch met zes maanden om de gezinsvoogdij-instelling de gelegenheid te geven een onderzoek aan te vragen bij de Raad voor de Kinderbescherming over de noodzaak tot ontheffing van het gezag van de moeder. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt met zes maanden verlengd met behoud van de gezinsvoogdij-instelling.