ECLI:NL:RBUTR:2001:AB3349
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. in 't Veld
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Opschorting uitbetaling WAO-uitkering wegens te late ziekmelding werkgever
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 24 november 1999 waarbij de uitbetaling van een WAO-uitkering aan een werkneemster werd opgeschort vanwege een te late ziekmelding door de werkgever. De werkgever had de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster 146 dagen te laat gemeld, waardoor de loondoorbetalingsverplichting werd verlengd. De werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb moet worden aangemerkt, omdat het besluit rechtstreeks invloed heeft op haar premiebetalingen. De rechtbank benadrukt dat de boete voor het te laat indienen van het reïntegratieplan losstaat van de opschorting van de uitbetaling van de WAO-uitkering en dat cumulatie van sancties gerechtvaardigd is.
De rechtbank wijst het beroep af omdat het besluit dwingendrechtelijk is en geen ruimte biedt voor belangenafweging. De gevolgen van de nalatigheid van de arbodienst vallen voor rekening van de werkgever. De werkgever kan zich niet beroepen op onredelijkheid of gebrek aan opzet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de werkgever wordt niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de WAO-uitkering wegens te late ziekmelding wordt ongegrond verklaard.