ECLI:NL:RBUTR:2001:AD3352
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verbod op raadswerkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid
Verzoeker, ambtenaar van de provincie Utrecht en raadslid, werd door gedeputeerde staten verboden om werkzaamheden in het kader van zijn raadslidmaatschap buitenshuis te verrichten, omdat dit zijn gezondheid zou schaden en genezing zou belemmeren. Dit besluit was gebaseerd op een advies van de bedrijfsarts dat pas na het besluit aan verzoeker bekend werd gemaakt.
Verzoeker was sinds eind januari 2000 arbeidsongeschikt vanwege een hernia en gerelateerde klachten. Ondanks zijn arbeidsongeschiktheid bleef hij beperkt raadswerkzaamheden verrichten. Verweerder stelde dat deze werkzaamheden de genezing belemmeren en dat toestemming van de bedrijfsarts nodig was, terwijl verzoeker betoogde dat de bedrijfsarts geen toestemming had geweigerd en dat de werkzaamheden in zijn vrije tijd plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was gemotiveerd, omdat het niet gebaseerd was op een tijdig aan verzoeker bekendgemaakt advies en er geen onderzoek was gedaan naar de relatie tussen de raadswerkzaamheden en de arbeidsongeschiktheid. Daarom werd het besluit geschorst en werden de proceskosten aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: Het besluit van gedeputeerde staten om verzoeker buitenshuis geen raadswerkzaamheden te laten verrichten wordt geschorst.