ECLI:NL:RBUTR:2001:AD3930
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Weigering voorlopige voorziening tegen besluit registratie huisartsen in psychiatrische instellingen
Eisers, waaronder de vereniging Geestelijke Gezondheidszorg Nederland en de Nederlandse Vereniging van Artsen Somatisch werkzaam binnen de Psychiatrie, vorderen in kort geding de buiten werking stelling van het Besluit no. 7-2000 van het College voor Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde en het goedkeuringsbesluit van de Minister van VWS. Het besluit regelt de registratie en herregistratie van huisartsen, waarbij huisartsen werkzaam in algemeen psychiatrische ziekenhuizen niet langer als huisarts kunnen worden geregistreerd zonder aanvullende scholing.
Eisers stellen dat het besluit onrechtmatig is omdat het nadelig uitwerkt voor de somatische zorg aan psychiatrische patiënten en onacceptabele verplichtingen oplegt aan geclausuleerd geregistreerde huisartsen, zonder een goede overgangsregeling. Zij beroepen zich op strijd met de wet, het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het algemeen belang.
De rechtbank oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat de registratie van eiser sub 3 pas eind 2003 vervalt en er geen directe dreiging is. De rechtbank wijst daarom de gevraagde voorlopige voorziening af en veroordeelt eisers in de proceskosten van de Staat en KNMG.
Uitkomst: De rechtbank wijst de gevraagde voorlopige voorziening af wegens gebrek aan spoedeisend belang en veroordeelt eisers in de proceskosten.