ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4535
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot afgifte van hond na beëindiging samenwoning
Eiser en gedaagde hebben een affectieve relatie gehad en enkele jaren samengewoond. Tijdens de relatie werd een Spaanse windhond, gekocht door eiser in juni 1995, gezamenlijk verzorgd. Na de beëindiging van de relatie in augustus 2000 nam gedaagde de hond mee en bracht deze onder bij haar ouders.
Eiser vordert in kort geding de afgifte van de hond, stellende dat hij de eigenaar is. Gedaagde erkent dat eiser de hond heeft gekocht maar stelt dat deze aan haar is geschonken voordat de samenwoning begon. De rechtbank oordeelt dat de overdracht van zorg tijdelijk was en niet gelijkstaat aan eigendomsoverdracht.
De rechtbank stelt vast dat eiser eigenaar is gebleven en dat gedaagde de hond zonder toestemming heeft meegenomen. Daarom wordt gedaagde veroordeeld om de hond binnen twee dagen af te geven, met een dwangsom voor het geval van niet-naleving. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de hond aan eiser binnen twee dagen, onder verbeurte van een dwangsom.