ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4711
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van vermogensbestanddelen en goodwill tussen voormalige vennoten
Partijen waren vennoten in vier vennootschappen en zijn in december 1996 overeengekomen deze te beëindigen met toedeling van ondernemingen per 1 januari 1997. Zij spraken af het totaalvermogen te verrekenen zodat geen partij over- of onderbedeeld zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde aan eiser een bedrag van €218.614,- verschuldigd is na verrekening van een bedrijfspand. Partijen verschillen over de verrekening van goodwill; de rechtbank oordeelt dat goodwill ook moet worden verrekend en benoemt een deskundige om de waarde hiervan vast te stellen.
De vordering van gedaagde tot schadevergoeding wegens tekortkomingen van eiser wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs en niet tijdig ingebrekestelling. De zaak wordt aangehouden voor nadere procedure omtrent goodwill en verdere beslissingen.
De rechtbank verklaart dat hoger beroep alleen tegelijk met het eindvonnis mogelijk is.
Uitkomst: Gedaagde moet aan eiser €218.614,- betalen exclusief goodwill; deskundige wordt benoemd voor waardering goodwill; schadevordering afgewezen.