ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4816
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevel tot staken praktijkvoering tandarts wegens onvoldoende infectiepreventie
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen een besluit van de Inspecteur-Generaal voor de Volksgezondheid waarin aan eiser, een tandarts, op grond van artikel 87a van de Wet BIG is bevolen zijn praktijkvoering te staken vanwege ernstige tekortkomingen in de infectiepreventie.
Na inspectiebezoeken in augustus en september 1999 bleek dat eiser niet voldeed aan de noodzakelijke hygiënische normen, ondanks afspraken en een ondertekend verbeterplan. De Inspectie constateerde dat de praktijkvoering chaotisch was en patiënten risico liepen op besmetting met micro-organismen.
Eiser voerde aan dat de Inspectie onzorgvuldig had gehandeld en dat verbeteringen waren doorgevoerd, waaronder de aanschaf van een autoclaaf. De rechtbank oordeelde echter dat het belang van patiëntveiligheid zwaarder woog dan het belang van eiser bij voortzetting van zijn praktijk.
De rechtbank concludeerde dat verweerder redelijk gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid en dat het bevel tot staken van de praktijk gehandhaafd kon blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bevel tot staken van de praktijk blijft gehandhaafd.