ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4904
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering goedkeuring beleidsregels inkomensbestanddeel vrije beroepsgroepen
De Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om geen goedkeuring te verlenen aan beleidsregels van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) over het inkomensbestanddeel per vrije beroepsgroep.
Eisers stelden dat de minister zijn besluit ondeugdelijk had gemotiveerd en in strijd met het opgewekte vertrouwen had genomen, mede omdat eerder overleg had plaatsgevonden en de minister positief stond tegenover een herijking van het inkomensbestanddeel. Verweerder voerde aan dat de weigering van goedkeuring was gebaseerd op het ontbreken van financiële dekking binnen het kabinet, hetgeen een wettelijke grondslag heeft volgens de Wet tarieven gezondheidszorg.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, maar dat het besluit van de minister niet in strijd was met het recht. Uit de stukken bleek geen toezegging van directe goedkeuring en was het ontbreken van financiële dekking een geldige grond voor weigering. Het spoedeisend belang van eisers werd wel aangenomen, maar het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het besluit in de hoofdzaak standhield.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder verweerder in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de minister om goedkeuring te verlenen aan de beleidsregels wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.