ECLI:NL:RBUTR:2001:AD6038
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering arbeidsongeschiktheidsuitkering na verplichte WAO-verzekering
Eiser, voormalig strategisch directeur en organisatieadviseur, sloot in 1997 bij Levob een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) af voor startende ondernemers. In 1998 werd eiser door het GAK verplicht verzekerd ingevolge de WAO, waardoor hij juridisch als werknemer werd beschouwd. Eiser werd in november 2000 volledig arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Levob stopte de AOV-uitkering omdat eiser niet tijdig had gemeld dat hij verplicht WAO-verzekerd was, en stelde dat de AOV-polis nietig was geworden.
Eiser vorderde betaling van de AOV-uitkering over de periode van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat de polis voor startende ondernemers niet meer van toepassing was na de verplichte WAO-verzekering, mede vanwege wezenlijke verschillen tussen deze polis en de excedent-verzekering voor werknemers. Het ontbreken van tijdige kennisgeving door eiser was in zijn nadeel, maar ook zonder die kennisgeving kon Levob geen dekking bieden.
De rechtbank overwoog dat conversie van de polis naar een werknemerpolis niet mogelijk was en dat de vordering onvoldoende waarschijnlijk was om in kort geding toe te wijzen. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt afgewezen.