ECLI:NL:RBUTR:2001:AD7447
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg - van Geest
- Rechtspraak.nl
Vonnis over afgifte deel as en betaling uitvaartkosten na overlijden ernstig gehandicapt kind
In deze zaak vordert de vader dat de moeder verplicht wordt een deel van de as van hun overleden ernstig gehandicapte kind aan hem af te geven, zodat hij deze in een urn in het columbarium kan plaatsen. De moeder wenst de as deels uit te strooien op de Noordzee en wijst af om de vader een deel te geven, stellende dat het kind hem niet wilde zien en hij geen interesse toonde.
De rechtbank stelt vast dat het kind geen uiterste wilsbeschikking heeft opgesteld en dat de wensen van het kind niet met zekerheid vaststaan. Daarom moet naar redelijkheid en met afweging van de belangen van beide ouders een bestemming worden gegeven. Gezien het feit dat de vader niet tijdig op de hoogte werd gesteld van overlijden en crematie en emotionele schade leed, krijgt hij het recht op een waardig afscheid door afgifte van een deel van de as.
Daarnaast vordert de moeder betaling van uitvaartkosten. De vader betwist dat hij verplicht is bij te dragen, maar erkent dat hij de uitvaartpolis heeft voortgezet. De rechtbank veroordeelt de vader tot betaling van een voorschot van ƒ 6.492,35 aan de moeder voor de uitvaartkosten. De kosten van de procedure worden door iedere partij zelf gedragen.
Uitkomst: De moeder wordt bevolen een deel van de as aan de vader af te geven en de vader wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op de uitvaartkosten.