ECLI:NL:RBUTR:2001:AE4032
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschillen over ontheffing en disciplinaire maatregelen van universitaire medewerkers
Eisers, universitair docenten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, werden door de decaan ontheven uit hun (plaatsvervangend) accountmanagementschap en kregen een verbod opgelegd om concurrerende activiteiten te ontplooien via hun stichting EU-Asia Law. Tevens werd hen een dienstopdracht gegeven en een schriftelijke berisping opgelegd wegens vermeend plichtsverzuim.
Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot ontheffing onvoldoende gemotiveerd was en dat het besluit op bezwaar onbevoegd was genomen omdat dezelfde persoon mandaat had. De mededeling van de decaan over het verbod op concurrerende activiteiten werd niet als een besluit met rechtsgevolgen aangemerkt, waardoor de rechtbank eisers niet-ontvankelijk verklaarde in dat bezwaar.
De dienstopdracht werd als niet redelijk beoordeeld omdat eisers al informatie hadden verstrekt en verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom meer inzage nodig was. De disciplinaire maatregel werd daarmee ook onterecht opgelegd. Het verzoek van eisers tot vergoeding van immateriële schade werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, verklaarde de beroepen gegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de universiteit in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt de Erasmus Universiteit Rotterdam in de proceskosten.