ECLI:NL:RBUTR:2002:AD9049
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- W.H.B. den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Bezoekregeling en medische informatie in militair revalidatiecentrum bevestigd
De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Militair Revalidatiecentrum (MRC), vordert in kort geding dat [gedaagde] zich houdt aan de afgesproken bezoektijden en zich onthoudt van bedreigend gedrag jegens medewerkers. Tevens wordt voorwaardelijk toestemming gevraagd voor overlegging van medische bescheiden.
De moeder van [gedaagde] verblijft sinds medio 1999 in het MRC. Er is een overeenkomst waarin [gedaagde] zich conformeert aan de huisregels, waaronder bezoektijden van 14.00 tot 21.00 uur. [gedaagde] verblijft sinds december 2001 permanent in het MRC, hetgeen spanningen veroorzaakt.
De kern van het geschil betreft de vraag of de moeder terminaal is, wat een uitzondering op de bezoektijden zou rechtvaardigen. Medische deskundigen oordelen dat zij niet terminaal is. [gedaagde] betwist dit, maar slaagt er niet in haar stellingen te onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het MRC een gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van de bezoektijdenregeling, dat het verzoek om permanente aanwezigheid niet toewijsbaar is en dat het MRC het recht heeft om dwangsommen en inzet van politie te gelasten bij overtreding. De vordering tot onthouding van bedreigend gedrag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De voorwaardelijke vordering tot overlegging van medische bescheiden behoeft geen behandeling.
Uitkomst: De bezoekregeling wordt gehandhaafd met dwangsom en inzet van politie bij overtreding; overige vorderingen worden afgewezen.