ECLI:NL:RBUTR:2002:AE0308
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Herstel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor overtredingen Wet arbeid vreemdelingen en Arbeidstijdenwet
De rechtbank Utrecht heeft op 19 maart 2002 een rechtspersoon veroordeeld voor het medeplegen van overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen en de Arbeidstijdenwet. De feiten betroffen het inzetten van buitenlandse arbeidskrachten zonder wettelijke status en het niet naleven van arbeidstijdenvoorschriften. De verdachte werd geconfronteerd met 53 overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen en meerdere overtredingen van de Arbeidstijdenwet.
De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard en dat de verdachte geen strafrechtelijk verwijt kon worden gemaakt wegens afwezigheid van alle schuld. Deze verweren werden door de economische politierechter verworpen. De rechter oordeelde dat er sprake was van bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en een medeverdachte, en dat de verdachte onvoldoende onderzoek had gedaan naar de toepasselijke voorschriften.
De rechtbank achtte de feiten ernstig vanwege het risico op uitbuiting van buitenlandse werknemers en mogelijke schade aan concurrentieverhoudingen. Gezien de ernst en de rol van de verdachte werd een reeks geldboetes opgelegd: 53 boetes van €250 voor de overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen, 37 boetes van €250 voor overtredingen van de Arbeidstijdenwet, en één boete van €2500 voor het niet voeren van een deugdelijke registratie. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot betaling van meerdere geldboetes voor overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen en de Arbeidstijdenwet.