ECLI:NL:RBUTR:2002:AE1354
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.P. van Unen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens laattijdige bewijslevering
De werknemer trad op 1 januari 2001 in dienst bij de werkgever met een bruto maandsalaris van €1.552,50 exclusief vakantiebijslag. De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden, waarbij de werknemer volgens het anciënniteits- en afspiegelingsbeginsel in aanmerking kwam voor ontslag. De werkgever stelde dat de resultaten van 2001 sterk achterbleven bij de prognoses en dat een verlies waarschijnlijk was, waardoor inkrimping van het personeelsbestand noodzakelijk was.
De werknemer voerde gemotiveerd verweer en betwistte de aanwezigheid van de bedrijfseconomische redenen. Daarnaast stelde hij dat de bewijsstukken die de werkgever overhandigde te laat waren ingediend, waardoor hij niet adequaat kon reageren. De kantonrechter wees de werkgever op artikel 19 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat bewijsstukken niet ten nadele van de wederpartij mogen worden gebruikt indien deze te laat worden ingediend.
Omdat de werkgever haar verzoek uitsluitend baseerde op de laat ingediende stukken, werd het ontbindingsverzoek afgewezen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de werknemer, begroot op €700 aan salaris gemachtigde. De beschikking werd uitgesproken op 25 maart 2002 door kantonrechter E.P. van Unen.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van de werkgever wordt afgewezen vanwege laattijdige bewijslevering.