ECLI:NL:RBUTR:2002:AE1393
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verbod op concurrerende activiteiten na beëindiging dienstverband servicemonteur koffiemachines
De zaak betreft een vordering van Deac Techniek B.V. tegen een voormalig servicemonteur die na beëindiging van zijn dienstverband een eigen onderneming is gestart in dezelfde branche. Deac vordert een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de ex-werknemer tot 1 december 2002 concurrerende activiteiten verricht bij haar klanten, op grond van een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter stelt vast dat het concurrentiebeding in artikel 5 van Pro de arbeidsovereenkomst duidelijk een verbod inhoudt om gedurende twaalf maanden na beëindiging van het dienstverband concurrerende werkzaamheden te verrichten, hetzij in dienst van een concurrent, hetzij zelfstandig. De ex-werknemer betwist dit, maar zijn verweer wordt verworpen. Het belang van Deac bij handhaving van het beding weegt zwaarder dan het belang van de werknemer.
De rechter wijst het verzoek toe en legt een verbod op aan de ex-werknemer om acquisitie en onderhoudswerkzaamheden te verrichten bij relaties van Deac, met een dwangsom van 500 euro per overtreding, met een maximum van 20.000 euro. De ex-werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ex-werknemer is verboden om tot 1 december 2002 concurrerende activiteiten te verrichten bij klanten van Deac, met een dwangsom van 500 euro per overtreding.