ECLI:NL:RBUTR:2002:AE4275
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap afgewezen wegens overschrijding wettelijke termijn
De vader diende een verzoek in tot ontkenning van het vaderschap van twee minderjarige kinderen, geboren respectievelijk in 1994 en 1995. De ouders waren gehuwd in 1991 en gescheiden in 1995. De vader stelde dat hij pas in september 2001 van de moeder had vernomen dat hij niet de biologische vader was en dat hij daarom tijdig binnen de wettelijke termijn van een jaar zijn verzoek had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de vader al in 1997 door de Gemeentelijke Sociale Dienst op de hoogte was gesteld van het bestaan van het tweede kind en daardoor vermoedens had kunnen krijgen over het niet-biologisch vaderschap van beide kinderen. De moeder had bovendien tijdens de zwangerschap van het eerste kind al medegedeeld dat de vader niet de biologische vader was.
De rechtbank stelde vast dat de vader zijn verzoek niet binnen de wettelijke termijn van een jaar had ingediend zoals voorgeschreven in artikel 1:200 lid 5 BW Pro. Ook een toetsing aan artikel 8 lid 2 EVRM Pro leidde niet tot een andere conclusie. De rechtbank verklaarde het verzoek tot ontkenning van het vaderschap niet-ontvankelijk en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot ontkenning vaderschap niet-ontvankelijk wegens overschrijding wettelijke termijn.