ECLI:NL:RBUTR:2002:AE5171
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.W. Koksma
- C.J.H.G. Bronzwaer
- E. Akkermans
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moeder voor moord op zoon met voorbedachte rade
De rechtbank Utrecht heeft op 10 juli 2002 uitspraak gedaan in een zaak waarin een moeder werd verdacht van moord op haar 15-jarige zoon. De verdachte had eerst geprobeerd haar zoon te vergiftigen met een grote hoeveelheid Claritine-tabletten, waarna zij hem uren later verstikte met een kussen. De rechtbank oordeelde dat dit handelen moet worden gezien als een voortzetting van een eerder opgevat plan en dat sprake was van voorbedachte rade.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een onderbroken voornemen en psychische dwang, maar de rechtbank verwierp deze verweren. Uit een multidisciplinair rapport van het Pieter Baan Centrum bleek dat de verdachte leed aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis, maar niet in een toestand van absolute wilsonvrijheid verkeerde. Wel achtte de rechtbank haar verminderd toerekeningsvatbaar.
Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van acht jaar op, hoger dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde vijf jaar. Daarnaast werd terbeschikkingstelling met verpleging opgelegd vanwege de stoornis en het gevaar voor de algemene veiligheid. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging voor moord op haar zoon met voorbedachte rade.