ECLI:NL:RBUTR:2002:AE5262
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming vaststellingsovereenkomst boedelscheiding na mediation
Partijen K., R. en B. waren betrokken bij de afwikkeling van een boedelscheiding na echtscheiding. Na jarenlang zonder resultaat te hebben gestreefd naar financiële afwikkeling, stemden partijen in met mediation. Tijdens een langdurige mediationbijeenkomst op 7 november 2000 ondertekenden zij een stuk (bijlage 1) dat de basis vormde voor een echtscheidingsconvenant.
B. betwistte dat er een bindende overeenkomst tot stand was gekomen en stelde dat hij onder druk was gezet en zich overrompeld voelde. De rechtbank oordeelde dat B. dit tijdens de bijeenkomst had moeten aangeven en dat het stuk voldoende concreet was om als vaststellingsovereenkomst te gelden. Beroepen op dwaling, misbruik van omstandigheden en strijd met redelijkheid en billijkheid werden verworpen.
De rechtbank veroordeelde B. tot nakoming van de overeenkomst binnen vier weken, waaronder het meewerken aan de verdeling van vermogensbestanddelen en het verlenen van volmacht aan R. voor verdere uitvoering. De vordering van B. werd afgewezen en de kosten werden gecompenseerd vanwege de familierelatie.
Uitkomst: B. is veroordeeld tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst en medewerking aan de boedelscheiding binnen vier weken.