ECLI:NL:RBUTR:2002:AE5467
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.A. Nieuwenhuijsen
- M.N. Noorman
- H. Phaff
- Rechtspraak.nl
Jeugddetentie en taakstraf voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid door geweld
De rechtbank Utrecht behandelde op 16 juli 2002 de zaak tegen een dertienjarige verdachte die meerdere malen geweld en bedreiging gebruikte om twee meisjes van twaalf en dertien jaar te dwingen tot seksuele handelingen, waaronder tongzoenen en betasten. Hoewel aanvankelijk ook verkrachting werd ten laste gelegd, verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor deze feiten vanwege het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht en de geringe ernst van de handelingen in relatie tot de kwalificatie verkrachting.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feitelijke aanranding van de eerbaarheid en bedreiging met een mes heeft gepleegd. De feiten vonden plaats onder dwang en geweld, waarbij de verdachte de lichamelijke integriteit van de slachtoffers ernstig heeft geschonden. Diverse rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en psychologen concludeerden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was tijdens de feiten.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot zes maanden jeugddetentie, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeschort onder een proeftijd van drie jaar, en tot een taakstraf van veertig uur, met vervangende jeugddetentie bij niet-naleving. Tevens werd een voortgezette behandeling bij De Waag opgelegd, met betrokkenheid van ouders en begeleiding door Bureau Jeugdzorg. De straf en maatregelen zijn afgestemd op de ernst van de feiten, de leeftijd van verdachte en het pedagogische doel van het jeugdstrafrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden jeugddetentie met een proeftijd van drie jaar en een taakstraf van veertig uur wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid en bedreiging.