ECLI:NL:RBUTR:2002:AE7952
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- H.J. Schepen
- Rechtspraak.nl
Verbod op vervreemding en doding van in beslag genomen dieren onder conservatoir derdenbeslag
Hof van Eden heeft de Staat in kort geding gedagvaard omdat de Staat voornemens was een machtiging tot vervreemding te verlenen voor dieren die op 17 december 2001 in beslag waren genomen en waarop conservatoir derdenbeslag was gelegd. Hof van Eden vorderde dat de Staat wordt verboden de dieren te vervreemden, doden of anderszins aan het beslag te onttrekken.
De Staat voerde verweer dat het conservatoir derdenbeslag van rechtswege was komen te vervallen omdat de eis in de hoofdzaak niet tijdig was ingesteld, en dat de bevoegdheid tot vervreemding op grond van artikel 117 Sv Pro niet wordt geblokkeerd door civielrechtelijk beslag. De voorzieningenrechter verwierp deze verweren en oordeelde dat het beslag niet van rechtswege is vervallen en dat het civielrechtelijke beslag een gerechtvaardigd middel is om de aanspraak van Hof van Eden te waarborgen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de kosten van bewaring hoog zijn, maar dat de Staat onvoldoende inzicht gaf in de hoogte daarvan en niet had gezocht naar goedkopere alternatieven. Ook werd erkend dat de dieren onderdeel zijn van een bijzonder fokprogramma en een moeilijk te bepalen waarde hebben, met mogelijk affectieve waarde voor Hof van Eden.
De vordering van Hof van Eden werd toegewezen en de Staat werd verboden de dieren te vervreemden of te doden, anders dan door teruggave aan Hof van Eden. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke eis in reconventie tot opheffing van het beslag werd afgewezen.
Uitkomst: De Staat wordt verboden de in beslag genomen dieren te vervreemden of te doden zolang het conservatoir derdenbeslag ligt.