ECLI:NL:RBUTR:2002:AN9168
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- A.E. Olthuis
- P.K. Ruts-Houtman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing adoptieverzoek minderjarige wegens langdurig verblijf en belang kind
Verzoekers hebben een minderjarige uit Suriname opgenomen en een verblijfsvergunning aangevraagd met als doel verblijf als pleegkind, welke in alle instanties werd afgewezen. Vervolgens werd een adoptieverzoek ingediend. Hoewel aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie is voldaan, kleeft er een gebrek aan de wijze van binnenkomst van de minderjarige in Nederland, omdat geen beginseltoestemming was gevraagd zoals vereist volgens de Wet Opneming Buitenlandse Pleegkinderen ter adoptie (Wobka).
De rechtbank overweegt dat het Nederlandse vreemdelingenbeleid niet strijdig is met internationale verdragen zoals het EVRM en IVRK, maar dat het langdurige tijdsverloop van bijna drie jaar tussen de aanvraag van de verblijfsvergunning en de definitieve beslissing van de vreemdelingenrechter ertoe leidt dat het belang van het kind prevaleert. De minderjarige is inmiddels geworteld in Nederland en heeft sinds aankomst geen contact meer met haar biologische ouders.
De rechtbank concludeert dat het adoptieverzoek in het belang van het kind is en wijst het toe. De minderjarige krijgt de geslachtsnaam van de verzoekster en de adoptie wordt uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Het adoptieverzoek van de minderjarige wordt toegewezen vanwege het langdurige verblijf en het belang van het kind.