ECLI:NL:RBUTR:2003:AI0946
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling onder Letter of Credit wegens ontbreken unconditional retention bond
Het Nederlands Omroepproductie Bedrijf N.V. (NOB) verrichtte werkzaamheden voor Vekoma Manufacturing B.V. en vorderde betaling van de Rabobank op grond van een Letter of Credit (LoC). De Rabobank had vier LoC's afgegeven, waarvan betaling onder drie plaatsvond, maar niet onder de vierde, nummer LM072341ZUI, vanwege het ontbreken van een unconditional retention bond.
De LoC stelde dat betaling alleen zou plaatsvinden indien vier specifieke documenten werden aangeboden, waaronder een unconditional retention bond. Hoewel het NOB en Vekoma overeenkwamen dat geen unconditional retention bond hoefde te worden aangeboden, was deze wijziging niet formeel door de Rabobank goedgekeurd. De Rabobank onderzocht de documenten "with reasonable care" en concludeerde dat de documenten onvolledig waren, waardoor zij niet tot betaling hoefde over te gaan.
De Rabobank handelde binnen de termijn van zeven banking days door op 27 augustus 2001 een SWIFT-bericht te sturen waarin de betalingsweigering werd gemeld. Het NOB stelde dat het mocht vertrouwen op betaling ondanks het ontbreken van de retention bond, mede omdat eerdere LoC's zonder dit document waren betaald, maar de rechtbank oordeelde dat elke LoC een zelfstandige betalingsverplichting is en dat de Rabobank voor elke LoC afzonderlijk mocht beoordelen of aan de voorwaarden was voldaan.
De rechtbank verwierp ook het argument dat telefonisch contact met de Rabobank een toezegging inhield en benadrukte dat de Rabobank alleen op verzoek van Vekoma handelde en niet bevoegd was de voorwaarden eenzijdig te wijzigen. De vordering van het NOB werd afgewezen en het NOB werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van het NOB af wegens het ontbreken van de unconditional retention bond en veroordeelt het NOB in de proceskosten.