ECLI:NL:RBUTR:2003:AO0712
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging subsidie landelijke jeugdorganisaties
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek om voorlopige voorziening van 25 landelijke jeugdorganisaties die bezwaar maakten tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om hun instellingssubsidies per 1 januari 2004 te beëindigen. De minister had een nieuw subsidiebeleid ingevoerd dat structurele subsidies aan deze organisaties niet langer voorzag, mede vanwege bezuinigingen en beleidswijzigingen gericht op lokaal jongerenwerk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister een ruime beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van subsidiebeleid en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. Daarnaast werd geoordeeld dat de verstrekte afbouwsubsidie, die vrij besteedbaar was, een redelijke overgangsperiode bood om verplichtingen af te bouwen. De stelling van verzoekers dat de termijn te kort was en de afbouwsubsidie onvoldoende, werd niet aannemelijk gemaakt.
Verder werd overwogen dat verzoekers geen recht hadden op voortgezette subsidie op grond van de subsidieregeling, en dat er geen concrete toezeggingen waren gedaan omtrent voortzetting van subsidie. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot beëindiging van de subsidie aan landelijke jeugdorganisaties is afgewezen.