ECLI:NL:RBUTR:2003:AP1575
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongeldigverklaring rijbewijs wegens voortgezet alcoholmisbruik ondanks betwisting laboratoriumuitslagen
Eiser werd geconfronteerd met een ongeldigverklaring van zijn rijbewijs door de Minister van Verkeer en Waterstaat vanwege geconstateerd alcoholmisbruik. Na een ademalcoholmeting van 790 µg/l en daaropvolgende medische en psychiatrische onderzoeken werd vastgesteld dat eiser niet gestopt was met alcoholmisbruik. Eiser voerde aan dat laboratoriumuitslagen, met name de CDT-waarde, niet betrouwbaar waren en dat hij recent hepatitis A had gehad, wat de uitslagen zou kunnen beïnvloeden.
De rechtbank overwoog dat de termijnen genoemd in de Wegenverkeerswet als termijnen van orde gelden en dat overschrijding daarvan geen inhoudelijke gevolgen heeft. De onderzoeken door de keurend artsen waren volledig en zorgvuldig uitgevoerd. De afwijkende laboratoriumwaarden konden niet door andere oorzaken dan alcoholmisbruik worden verklaard. De stelling van eiser dat hepatitis A de waarden beïnvloedde werd niet ondersteund door de medische gegevens.
Gezien het dwingendrechtelijke karakter van de regelgeving kon het persoonlijke belang van eiser bij het behoud van zijn rijbewijs niet meewegen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht op 6 maart 2003.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.