ECLI:NL:RBUTR:2003:AQ2600
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling ondernemingen en pensioenrechten na ontbinding huwelijksgoederengemeenschap
De rechtbank Utrecht behandelt een geschil tussen partijen over de waardering en toescheiding van ondernemingen die deel uitmaken van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, alsmede over pensioenrechten en verzekeringspolissen.
Partijen verschillen van mening over de bindendheid van tijdens mediation gemaakte afspraken, de waarde en waarderingsdatum van de ondernemingen, en de verdeling daarvan. De rechtbank oordeelt dat afspraken tijdens een mislukte mediation niet bindend zijn tenzij schriftelijk vastgelegd, wat hier niet het geval is. De ondernemingen worden geacht te zijn beëindigd bij echtscheiding, en de waardering vindt plaats op 1 juli 2002, gelet op de feitelijke situatie.
Omdat de waardering van de ondernemingen nog onduidelijk is, benoemt de rechtbank een deskundige om deze vast te stellen. Verder wordt de beslissing over toescheiding en pensioenrechten aangehouden, waarbij partijen worden verzocht aanvullende informatie te verstrekken. De rechtbank bepaalt de procedure voor het deskundigenonderzoek en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Deskundigenonderzoek wordt bevolen voor waardering ondernemingen; beslissing over toescheiding en pensioenrechten wordt aangehouden.