ECLI:NL:RBUTR:2004:AO9004
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Verzoeker heeft jarenlang bijstand ontvangen terwijl hij inkomsten op het sofi-nummer van zijn broer had en een woning in Marokko bezat, zonder dit aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal te melden. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker de inlichtingenplicht heeft geschonden door deze feiten niet te melden, wat heeft geleid tot onterecht genoten bijstand.
Het bestreden besluit betreft de herziening van de bijstandsuitkering over de periode van 1993 tot en met 2003, met terugvordering van de ten onrechte ontvangen bedragen en intrekking van het recht op uitkering per 1 oktober 2003. De voorzieningenrechter overweegt dat het college bevoegd was tot terugvordering onder zowel de oude Algemene bijstandswet (Abw) als de nieuwe Wet werk en bijstand (WWB).
Verder oordeelt de voorzieningenrechter dat geen spoedeisende omstandigheden aanwezig zijn die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Er is inmiddels voorzien in het onderhoud van de kinderen via een voorschotuitkering, en verzoeker heeft voldoende tijd gehad om informatie te verstrekken. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht en ontbreken van spoedeisend belang.