ECLI:NL:RBUTR:2004:AO9276
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing afschot vossen ter bescherming weidevogels
De rechtbank Utrecht behandelde op 12 mei 2004 het verzoek om een voorlopige voorziening van Stichting De Faunabescherming tegen besluiten van 17 maart 2004 waarbij ontheffingen werden verleend aan de Faunabeheereenheid Utrecht voor het afschot van vossen. Deze ontheffingen waren gebaseerd op een goedgekeurd Faunabeheerplan (Fbp) en hadden tot doel schade aan weidevogels te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verlenen van ontheffingen een bevoegdheid met ruime beoordelingsmarges betreft, waarbij het bestuursorgaan de belangen moet afwegen conform de Algemene wet bestuursrecht. Het Fbp gaf een onderbouwde weergave van de predatiedruk van vossen op weidevogels en adviseerde afschot als beheersmaatregel. Hoewel het oorzakelijk verband niet wetenschappelijk definitief is vastgesteld, achtte de rechter de aannemelijkheid voldoende voor het nemen van het besluit.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen sprake was van een onredelijke belangenafweging of gebreken in het Fbp die het besluit zouden ondermijnen. De door verzoekster aangevoerde bezwaren boden onvoldoende grond om de besluiten te schorsen. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen en werden geen proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de ontheffing voor afschot van vossen.