ECLI:NL:RBUTR:2004:AQ9899
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- M.C.M. van Laar
- K.A.M. van Hoof
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag moeder over jonger kind ondanks vrijspraak strafzaak
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag over haar jongste kind, geboren in mei 2001 en sinds juni 2002 uit huis geplaatst. De moeder werd in een strafzaak vrijgesproken van betrokkenheid bij het overlijden van haar oudste kind, maar de Raad baseerde haar verzoek op rapportages die een onmachtig moederschap en onveilige gezinssituatie signaleren.
De moeder betwistte het gebruik van deze rapporten, omdat ze voor andere procedures waren opgesteld, en stelde dat zij wel degelijk in staat was voor het kind te zorgen. De rechtbank oordeelde dat een nieuw onderzoek wenselijk zou zijn, maar dat dit de ontwikkeling van het kind zou bedreigen vanwege de langdurige onzekerheid over de opvoeder.
Het kind verblijft sinds april 2003 in een perspectief biedend pleeggezin waar het goed gaat en goede hechtingsmogelijkheden vertoont. De rechtbank vond het belang van een stabiele ontwikkeling zwaarder wegen dan het belang van de moeder om het kind terug te krijgen en wees het verzoek tot ontheffing toe. De Stichting Bureau Jeugdzorg werd benoemd tot voogd.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het gezag over het jongste kind en de Stichting Bureau Jeugdzorg wordt benoemd tot voogd.