ECLI:NL:RBUTR:2004:AR4040
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaarschrift tegen omzetting werkstraf in jeugddetentie wegens niet-uitvoering
De rechtbank Utrecht behandelde op 5 oktober 2004 een bezwaarschrift van de veroordeelde tegen de omzetting van een werkstraf in vervangende jeugddetentie. De officier van justitie had de tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie voor 15 dagen bevolen nadat de veroordeelde de werkstraf niet had kunnen uitvoeren vanwege detentie.
De raadsvrouwe voerde aan dat de veroordeelde, die de werkstraf niet kon uitvoeren wegens het uitzitten van een andere straf, na afloop van die straf alsnog de werkstraf zou moeten kunnen uitvoeren op grond van artikel 77m lid 9 Sr. De kinderrechter oordeelde echter dat geen rechtsregel vereist dat de gehele termijn voor de werkstraf moet worden afgewacht voordat wordt bepaald of de werkstraf als mislukt moet worden beschouwd.
Uit het dossier bleek dat de veroordeelde wegens verdenking van een nieuw strafbaar feit (straatroof op 14 maart 2004) gedetineerd zat en dat hij al voor die datum zonder duidelijke reden twee keer niet op een intake-gesprek was verschenen. Gezien deze omstandigheden concludeerde de kinderrechter dat de werkstraf als mislukt moest worden beschouwd en dat er geen aanleiding was voor een herkansing. Het bezwaarschrift werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de werkstraf in jeugddetentie wordt afgewezen.