ECLI:NL:RBUTR:2004:AR5396
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Afwijzing rectificatieverzoek wegens feitelijke grondslag en maatschappelijke positie eisers
Westbroek en Schnetz vorderden rectificatie van mededelingen die Van Zanten in een interview in de Volkskrant had gedaan over hun gedragingen ten tijde van zijn hoofdredacteurschap bij het Utrechts Nieuwsblad. Zij voerden aan dat de uitlatingen onjuist en schadelijk waren, met name de beschuldiging van intimidatie en de verwijzing naar "heel nare dingen" op de krant.
De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen van Van Zanten voldoende feitelijke grondslag hadden. Uit stukken bleek dat Westbroek en Schnetz herhaaldelijk druk hadden uitgeoefend op de redactie via e-mails en dreigementen, wat Van Zanten als forse druk ervoer. Hoewel er geen sprake was van intimidatie in de strikte zin, kon het woord in de context milder worden opgevat.
De rechtbank stelde vast dat de uitlatingen niet onnodig grievend waren, mede gezien de publieke en politieke rol van Westbroek en Schnetz, die zich zelf ook niet onbetuigd lieten in scherpe en soms grove bewoordingen. De vordering tot rectificatie werd daarom afgewezen en Westbroek en Schnetz werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot rectificatie en schadevergoeding af en veroordeelt eisers in de proceskosten.