ECLI:NL:RBUTR:2004:AT7000
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. Geertsema
- Rechtspraak.nl
Geschil over redelijkheid van in rekening gebrachte kosten bij koopsompolis met lijfrenteclausule
Eiser sloot op advies van Rabobank een koopsompolis met lijfrenteclausule bij Interpolis, waarbij een bedrag van ƒ 89.867,- werd ingelegd. Na afloop bleek dat een aanzienlijk deel van dit bedrag als kosten was ingehouden, wat eiser betwistte en aanvoerde dat hij bij kennis van de werkelijke kosten de overeenkomst niet of onder andere voorwaarden zou hebben gesloten.
Interpolis en Rabobank stelden dat de kosten marktconform waren en dat eiser voldoende geïnformeerd was, mede op grond van de toen geldende regelgeving en polisvoorwaarden. Eiser stelde dat de kosten gezien de beperkte werkzaamheden en het tegenvallende beleggingsresultaat onredelijk hoog waren en vorderde terugbetaling van het bedrag van ƒ 7.863,36.
De rechtbank kwalificeerde het beroep van eiser als een beroep op dwaling en oordeelde dat de omvang van de kosten niet zonder meer uit de offerte en polisvoorwaarden kon worden afgeleid. Daarom achtte de rechtbank het noodzakelijk dat Interpolis en eventueel Rabobank zich nader schriftelijk zouden uitlaten over de samenstelling en redelijkheid van de kosten.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat de kosten gematigd moesten worden vanwege het slechte beleggingsresultaat, aangezien de risico’s van marktontwikkelingen duidelijk waren vermeld. De zaak werd aangehouden met het oog op nadere schriftelijke uitlatingen van partijen en gelegenheid voor eiser om daarop te reageren.
Uitkomst: De rechtbank acht de in rekening gebrachte kosten niet zonder meer redelijk en houdt de zaak aan voor nadere schriftelijke uitlatingen over de kosten.