ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6712
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- Rechtspraak.nl
Kinderrechter verbiedt BJZ om kind zonder machtiging uit pleeggezin te plaatsen
Een vierjarig kind is door Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJZ) zonder machtiging van de kinderrechter uit het pleeggezin gehaald en geplaatst in een residentiële voorziening. De pleegouders maakten bezwaar tegen deze uithuisplaatsing. De rechtbank oordeelde dat BJZ niet bevoegd is om zonder machtiging van de kinderrechter en enkel met toestemming van de gezaghebbende ouder een kind uit het pleeggezin te halen en in een residentiële voorziening te plaatsen.
De rechtbank overwoog dat het belang van het kind bij de beslissing centraal staat, maar dat de wettelijke procedure gevolgd moet worden. De ondertoezichtstelling was verlengd, maar een machtiging voor plaatsing in een residentiële voorziening was niet verleend. De kinderrechter stelde dat de plaatsing onrechtmatig was en dat het bezwaar van de pleegouders gegrond was. Tegelijkertijd werd terugplaatsing naar het pleeggezin op korte termijn niet als het beste belang van het kind gezien, vanwege de onrust door eerdere wisselingen.
De rechtbank benadrukte dat alleen BJZ, de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie bevoegd zijn om een machtiging tot uithuisplaatsing te verzoeken en dat de pleegouders geen toegang tot de rechter hebben om de plaatsing in het pleeggezin te bestendigen, wat een lacune in de wetgeving vormt. De beslissing tot machtiging werd aangehouden in afwachting van nader onderzoek en een zitting op 24 februari 2005.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat BJZ het kind niet zonder machtiging van de kinderrechter uit het pleeggezin mag plaatsen en schort de terugplaatsing op tot een definitieve beslissing.