ECLI:NL:RBUTR:2005:AS9913
Rechtbank Utrecht
- Raadkamer
- M.J. Veldhuijzen
- A.J. Smit
- E.J. Eelkema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bevel onmiddellijke invrijheidstelling wegens voldoende RCIE-informatie voor redelijk vermoeden van schuld
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen het bevel van de rechter-commissaris tot onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte, omdat volgens haar de inverzekeringstelling niet onrechtmatig was. De rechter-commissaris had het bevel gegeven op basis van informatie van de RCIE, maar had nagelaten dit schriftelijk vast te leggen. De rechtbank oordeelde dat dit vormverzuim ambtshalve hersteld kon worden.
De rechtbank overwoog dat de informatie die bij de RCIE was binnengekomen voldoende concreet en specifiek was om een redelijk vermoeden van schuld te rechtvaardigen, ook al kon de betrouwbaarheid niet expliciet worden beoordeeld. De RCIE-informatie kwam van een geregistreerde informant, geen anonieme tipgever, wat het gewicht van de informatie versterkte.
De verdediging voerde aan dat de rechter-commissaris terecht had geoordeeld dat onvoldoende feiten en omstandigheden bestonden voor een redelijk vermoeden van schuld. De rechtbank verwierp dit en stelde dat de criteria van de Hoge Raad omtrent anonieme getuigenverklaringen hier niet van toepassing waren.
Uiteindelijk vernietigde de rechtbank het bevel tot onmiddellijke invrijheidstelling en beval dat de inverzekeringstelling onverwijld voortgezet zou worden. Tevens werd vastgesteld dat de eerdere overweging van de rechter-commissaris dat verdachte geen documentatie had over de Wet Wapens en Munitie onjuist was.
Uitkomst: Het bevel tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt vernietigd en de inverzekeringstelling wordt onverwijld voortgezet.