ECLI:NL:RBUTR:2005:AT0954
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- M. van Delft-Baas
- Rechtspraak.nl
Prevalentie van koopovereenkomst boven koopoptie bij botsende rechten op woning
Eisers en gedaagde strijden over de levering van een woning te Utrecht. Gedaagde had een optie op de koop van de woning gekregen, geldig voor zeven weken vanaf 15 september 2004. Eisers sloten later een schriftelijke koopovereenkomst met de eigenaresse A. op 2 november 2004. Gedaagde stelde dat zijn koopoptie ouder was en daarom voorrang had.
De rechtbank stelt vast dat een koopovereenkomst schriftelijk moet zijn volgens artikel 7:2 BW Pro, wat bij gedaagde ontbreekt. Hierdoor is er geen koopovereenkomst tussen A. en gedaagde. Eisers hebben wel een schriftelijke koopovereenkomst en dus een sterker recht op levering.
De rechtbank beoordeelt dat artikel 3:298 BW Pro over botsende rechten niet van toepassing is op het niet-gelijke recht van gedaagde (koopoptie) en eisers (koopovereenkomst). Het oudere recht op levering is dat van eisers. Daarom wordt het conservatoir beslag van gedaagde opgeheven en wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag van gedaagde wordt opgeheven omdat het recht van eisers uit de schriftelijke koopovereenkomst prevaleert.